| | | Echografie geschiedt met hoog-frequente geluidsgolven (ultratonen), niet met röntgenstralen. De arts brengt een gel aan op het lichaamsdeel en onderzoekt de patiënt door rechtstreeks contact met een sonde. Deze sonde zendt deze ultratonen uit welke het lichaam penetreren en door de organen weerkaatst worden. De weerkaatste geluidsgolven worden geregistreerd en kunnen door computers worden omgezet in beelden.
De gel die de arts gebruikt is strikt noodzakelijk. Zij dient om een goed contact te bekomen tussen de huid en de echografiesonde. Zonder gel bevindt er zich lucht tussen sonde en huid. Lucht houdt de geluidsgolven grotendeels tegen zodat er geen goede beelden kunnen worden bekomen. Om die reden kunnen luchthoudende organen zoals de darmen niet goed onderzocht worden d.m.v. een echografie. Hiervoor zijn andere technieken aangewezen zoals een coloscopie. Soliede organen zoals, de lever, de nieren, de alvleesklier, de galblaas en de milt kunnen wel goed in beeld gebracht worden.
Voor een echografie van het abdomen (buik) is het noodzakelijk zich nuchter aan te bieden (niet eten of drinken). Na het eten is er immers een samentrekking van de galblaas, waardoor de beoordeling van galstenen of ontsteking van de galblaas (cholecystitis) moelijk of onmogelijk is. Door te eten zijn er ook veel meer storende darmgassen wat de visualisatie van de verschillende organen sterk beperkt.

In geel is de nier aangegeven, in groen de galblaas en in bruin de lever. Je ziet de nier hier dus niet in een lengte- maar in een dwarsdoorsnede.
|
|
| |
| |
| |