| | | De laatste 4 á 5 cm van de dikke darm (endeldarm) noemen we het anale kanaal. De anus zelf is een sluitspier die bestaat uit een onderhuids (oppervlakkig) en een dieper gelegen gedeelte. Deze kringspier controleert de doorgang van de stoelgang, die al dan niet vast kan zijn. Aan de binnenzijde van het anale kanaal ligt ook nog het zgn. aambeizwellichaam. Dit bestaat uit bloedvatkluwens die bedekt zijn met een (gevoelloos) slijmvlies. Deze belangrijke structuur zorgt voor de zorgvuldige afsluiting die nodig is om de darmgassen tegen te houden. Aan de binnenzijde (in het slijmvlies) bevinden zich ook slijmkliertjes die de stoelgang soepel door de anus laten glijden.

1. De endeldarm. Dit is in feite het laatste deel van de dikke darm. De laatste 4 cm noemen we het anale kanaal.
2. De 2 sluitspieren (de inwendige (3) en de uitwendige (4)) zorgen voor grovere afsluiting.3. Inwendige sluitspier4. Uitwendige sluitspier5. Het inwendige zwellichaam (aambeizwellichaam) is noodzakelijk voor de fijngevoelige afsluiting zodat we bijvoorbeeld winden op een bepaald moment wel en ontlasting (ook diarree) niet door laten.
6. De slijmklieren zorgen voor de “smering”van de anus en liggen als zwaluwnestjes met hun opening naar binnen gericht.7. De papillen flankeren de slijmklieren
8. Aan de buitenzijde rondom de anus bevindt zich nog een aantal bloedvaten dat normaal gesproken niet zichtbaar is.
In de proctologie houdt zich de arts zich bezig met de pathologie van de aars en de endeldarm. Frequente voorkomende problemen zijn:
- SPEEN (of hemorrhoiden, aambeien) - Anale THROMBOSE - Anale FISTELS/ABCESSEN - Anale KLOOF (of fissuur) - Anale WRATTEN (of condylomata)
Proctologie bestudeert en behandelt de aandoeningen die zich specifiek voordoen in het laatste stukje van de dikke- of endeldarm: de laatste 5 cm. voor de aarsopening (anus). Meer dan een kwart van de bevolking klaagt vroeg of laat van problemen in deze regio. Meestal gaat het dan over pijn, al dan niet met rood bloedverlies, tijdens of na de ontlasting. Maar ook klachten als jeuk, branderigheid, stoelgangstoornissen of hinder bij de anale hygiëne kunnen voorkomen. Klachten treden slechts op als waarschuwing dat er wat fout loopt in dit fijne mechanisme. Zulke klachten worden meestal als erg vervelend of gênant ervaren doch zijn gelukkig zelden levensbedreigend. Toch zal elke klacht, in en rond de anus, ernstig genomen moeten worden en dient ze verder onderzocht te worden. Bij klachten aan de anus bestaat er een begrijpelijke drempelvrees om medische hulp in te roepen. In ervaren handen echter hoeft noch het onderzoek, noch de behandeling pijnlijk te zijn. De proctoloog zal steeds de tijd nemen om naar uw klachten te luisteren en om een volledig uitwendig en inwendig onderzoek te doen. Dit laatste gebeurt voorzichtig met de vinger en met een kijkertje (proctoscoop).

|
|
| |
| |
| |